De waarde van heldere perceptie

Een lotusbloem rijst op uit de modder en ontvouwt zich boven het water in alle sereniteit.

De lotusbloem, symbool van zuiverheid en verlichting, rijst op uit de modder en ontvouwt zich boven het water in alle sereniteit. Zo weerspiegelt zij het menselijke verlangen om boven lijden en onwetendheid uit te stijgen en tot een helder bewustzijn te ontwaken. Haar stille schoonheid herinnert ons eraan dat ook de kilesa’s — de geestelijke vertroebelingen die onze kijk op het leven en de werkelijkheid verduisteren — kunnen worden overwonnen.

Men zegt wel eens dat het nooit te laat is om te leren. Een mens blijft zijn hele leven lang nieuwe dingen ontdekken. Dankzij de technologische vooruitgang hebben we vandaag met één muisklik of aanraking van een scherm toegang tot een haast onbeperkte hoeveelheid informatie, waar ter wereld die zich ook bevindt.

Toch blijven de meest fundamentele vragen over ons bestaan vaak onbeantwoord en blijven we zoeken naar diepere kennis en waarheid. We worden immers geboren zonder enige kennis van de wereld om ons heen. We zijn zelfs volkomen onbewust van het feit dat we inspanningen moeten doen om te overleven. We weten niet eens dat we moeten ademen, totdat we voor de eerste keer huilen alsof ons leven ervan afhangt — en dat doet het ook. Ook weten we niet eens hoe, noch kunnen we overleven zonder hulp van buitenaf.

We worden geboren zonder enige kennis van om het even wat.

We worden geboren zonder enige kennis van de wereld om ons heen.

Gedreven door onwetendheid willen mensen de waarheid ontdekken — het wat, hoe en waarom. Onwetendheid is de bron van iedere oorzaak van lijden zoals lichamelijk en geestelijk ongemak, stress en pijn. Naarmate we opgroeien worden we bewust van de gevaren die moeten getrotseerd worden en ontwikkelen we meer angsten en onzekerheden. We worden bang van zaken die we niet kennen of begrijpen, op dezelfde manier als wanneer we in een pikdonkere kamer of plaats bang zijn van wat er op de loer zou kunnen liggen, verborgen in het duister van onze eigen onwetendheid. Angst voor het onzekere, angst voor de vraag hoe we van dag tot dag zullen overleven, angst voor de dood en uiteindelijk — wanneer het besef van een ‘zelf’ of een ‘ik’ ontstaat — de angst voor wat er na de dood met ons zal gebeuren.

In een poging dit ongemakkelijke gevoel te verzachten, leren we uit onze ervaringen en vergaren we kennis door studie. Toch verdwijnen onze angsten daarmee niet noodzakelijk. Vaak worden ze slechts onderdrukt en verborgen onder een tapijt van ontkenning of illusie. Tot de dag komt dat we op ons sterfbed liggen en oog in oog komen te staan met de realiteit van onze sterfelijke natuur, waarbij we nogmaals met al onze angsten worden geconfronteerd.

Kennis of wijsheid die ons de waarheid laat zien, biedt een uitweg uit de onrust en stress van het dagelijkse leven. Ze kan ons helpen de eindigheid van ons bestaan te begrijpen en te aanvaarden met een vredige geest, zonder angst of onrust. In die zin bevrijdt kennis ons van lijden.

De mens wordt onwetend geboren; alles wat we weten, leren we pas later. Juist door die onwetendheid vrezen we het onbekende, en die angst brengt onrust met zich mee. Daarom zoeken mensen op allerlei manieren naar een manier om van dat ongemakkelijke gevoel af te raken, terwijl de werkelijke oorzaak ervan vaak onbekend blijft.

We stellen ons daarom fundamentele levensvragen: ‘Wat doen we hier? Waar gaan we na de dood naartoe? Wat is het doel van het leven?’

Het is in feite kennis die ons naar het geluk zal leiden, en daarom is onze zoektocht naar kennis niets minder dan de zoektocht naar geluk. In deze zoektocht zijn mensen één; we verkiezen geluk boven alles.

Mensen stellen zich allerhande levensvragen. ‘Wat doen we hier? Waar gaan we na de dood naartoe? Wat is het doel van het leven?’

Mensen stellen zich allerhande levensvragen. ‘Wat doen we hier? Waar gaan we na de dood naartoe? Wat is het doel van het leven?’

Kennis

Of we nu het woord ‘kennis’ of ‘wijsheid’ gebruiken, hangt af van hoe we beide begrippen interpreteren.

De eerste bron van kennis komt van memorisatie. Dit vormt echter nog geen volledige basis voor kennis. We bewonderen mensen die geboren zijn met een uitzonderlijk geheugen, bijna als dat van een computer, omdat zij zich op ieder moment allerlei informatie kunnen herinneren. Maar dat betekent nog niet dat zij uit die kennis conclusies kunnen trekken of haar kunnen analyseren.

Het uit het hoofd leren en onthouden van een formule voor het oplossen van kwadratische vergelijkingen heeft weinig nut als we niet begrijpen hoe we die formule moeten toepassen of waarvoor ze precies wordt gebruikt.

Dit brengt ons bij de tweede bron van kennis: kennis die we verkrijgen door contemplatie, nadenken en analyseren, totdat we begrijpen hoe de gememoriseerde kennis kan worden gebruikt. Maar ook dit is nog geen volledige of absolute kennis. Er bestaat nog een andere bron van kennis, een andere bron van wijsheid.

De derde bron van kennis is de kennis die voortkomt uit iemands ‘Innerlijk Licht’. Deze kennis heeft niets te maken met denken of analyseren, met geheugen of contemplatie. Het is zuivere wijsheid die van binnenuit ontstaat.

De derde bron van kennis is kennis die komt van iemands ‘Innerlijk Licht’.

De derde bron van kennis is kennis die komt van iemands ‘Innerlijk Licht’.

Duisternis en innerlijk licht

Een gebrek aan kennis is als ‘in het donker zijn’; niet weten betekent in het duister zijn. Als kinderen waren we bang voor de duisternis. We beeldden ons allerlei angstaanjagende monsters of wezens in die zich in het donker verborgen hielden, en dat maakte ons bang. Toen echter de zon ’s morgens opkwam en daarmee het licht terugkeerde in de wereld, konden we de werkelijkheid zien. Wat in het donker op een monster leek dat op de loer lag achter een oude eikenboom, bleek in het licht slechts een gebroken tak te zijn.

Onze waarneming werd verstoord door de duisternis van de nacht.

Toen echter de zon ’s morgens opkwam en daarmee het licht terugkeerde in de wereld, konden we de werkelijkheid zien.

Toen echter de zon ’s morgens opkwam en daarmee het licht terugkeerde in de wereld, konden we de werkelijkheid zien.

Maar wanneer we volwassenen worden, neemt de duisternis opnieuw toe. De kilesa’s — innerlijke smetten zoals hebzucht, haat en waan — vertroebelen onze geest. Onze waarneming raakt verstoord en we bevinden ons, heel letterlijk ‘in het duister’, in een toestand van onwetendheid.

De enige manier om deze duisternis te verdrijven, is door licht — meer bepaald innerlijk licht. Innerlijk licht stelt ons in staat de wereld te zien zoals die werkelijk is. Zo is innerlijk licht onze bron van kennis en wijsheid, en de bron van ons geluk.

Dit geldt voor ieder mens. ‘Innerlijk licht’ is niet slechts een metafoor. Het is de natuurlijke helderheid van onze verstilde geest, helderder dan de zon op het middaguur, maar niet heet en brandend. Het is veeleer koel en verzachtend, zoals de weerspiegeling van het maanlicht op een stil wateroppervlak.

‘Innerlijk licht’ is niet alleen maar een metafoor; het is de natuurlijke helderheid van onze verstilde geest.

‘Innerlijk licht’ is niet slechts een metafoor. Het is de natuurlijke helderheid van onze verstilde geest.

Kilesa zorgen ervoor dat de normale processen van de geest worden verstoord, waardoor we de werkelijkheid niet langer zien zoals ze werkelijk is.

Iemand wiens perceptie verstoord is, zal eerder problemen veroorzaken voor zichzelf en anderen. Het is alsof we door een bril kijken waarvan de glazen stoffig of gekleurd zijn. Daardoor wordt ons oordeel beïnvloed of vertekend en kunnen vooroordelen ontstaan. Wanneer we over onvoldoende informatie beschikken over iets of iemand en toch een oordeel vellen, is het alsof de glazen van onze bril met stof bedekt zijn. Modder en kleur verwijzen naar de opstapeling van stof, totdat we de werkelijkheid niet meer kunnen zien en mensen of situaties van een etiket voorzien.

We kunnen dan niet langer duidelijk onderscheiden wat juist of verkeerd is, wat goed of slecht is, wat gepast of ongepast is. Onze zienswijze raakt aangetast. Kilesa is hiervan de oorzaak. Zodra we dit beseffen, zien we dat kilesa de ware vijand is van de mensheid. Uiteindelijk ontstaat het verlangen om ons te bevrijden van hun invloed en richten we onze aandacht op het licht in onszelf.

De intensiteit van het ‘Innerlijk Licht’ hangt af van de gebruikte meditatietechniek en van de diepgang die in meditatie wordt bereikt. Innerlijk licht helpt ons niet alleen de ware aard van de wereld en van het leven te kennen, maar stelt ons ook in staat die werkelijk te zien. Alleen door meditatie — door het stoppen en verstillen van de geest — kan iemand innerlijk licht verkrijgen en op die manier de werkelijkheid aanschouwen.

Door meditatie (het stoppen en stil worden van onze geest) kan iemand innerlijk licht verkrijgen en op die manier de werkelijkheid aanschouwen.

Door meditatie — het stoppen en verstillen van de geest — kan iemand innerlijk licht verkrijgen en op die manier de werkelijkheid aanschouwen.

Tot slot willen we nogmaals benadrukken dat het beoefenen van meditatie geen pad naar verlichting is dat uitsluitend voor boeddhisten bestemd is. Iedereen die mediteert en zich met zijn of haar ‘Innerlijk Licht’ verbindt, kan dezelfde daaruit voortkomende verlichting ervaren. Dit is de zuivere natuur die in het centrum van ieder mens verborgen ligt.

Volgende
Volgende

10 aanbevolen dagelijkse oefeningen voor meditatiebeoefenaars